11 maart 1988
Ere zij God!
(Nadat ik de drie gebeden had gebeden, hoorde ik uit de Hemel Hemelse Stemmen zeggen: “Ere zij God; zo was het geschreven;”)
Jezus?
Ik Ben; Ik ben dichtbij je; bid, beminde, voor de bekering van Rusland;
Rusland zal verrijzen door Mijn Goddelijke Hand, en op dit toppunt van Heiligheid, als Mijn Hand op haar zal worden gelegd, die haar koude hart verwarmt, haar weer tot leven brengt, zal ze opstaan uit de stilte van de dood en uit haar wereld van duisternis, en binnen gaan in Mijn wereld van Vrede en Licht; met een luide kreet zal zij uiting geven aan haar vreugde, haar Redder aanschouwend aan haar zijde; Ik zal haar tot Mij opheffen en Mijn Vlam van Liefde zal haar hart ontvlammen, het zuiveren en haar achterlaten in een totale verrukking voor Mij, haar God;
O Rusland! Mijn Rusland! hoezeer bemin Ik, de Heer, jou;1 hoe heb Ik geweend je dood te zien; Ik heb zoveel bittere en smartelijke tranen om jou vergoten, beminde, toen Ik je verloor, en heel de hemel treurde om je; waarom, waarom, Mijn beminde, had je Mij afgewezen en Mijn Hart, vol Liefde en Tederheid, doorboord;
(Ik voelde de Heilige Maria dichtbij mij.)
vrede zij met je, Mijn kind; Ik ben je Heilige Moeder; bid voor je zuster want de Heer is vandaag aan haar zijde en weldra zal Zijn Goddelijke Hand haar koude, dode hart aanraken; O schepping! de Heer zal je zo-Onbeminde-Zuster doen herleven; wees waakzaam, dochter, want haar tijd van haar glorie is nabij;
Petro!2 mijn zo beminde Petro?3 ja, Vassula; jarenlang heb Ik je4 gesmeekt Rusland aan God op te dragen; nu hebben de Heer en alle heilige martelaren je smeekbeden en kreten gehoord; al je offers waren niet tevergeefs, beminde; alle tranen zijn niet voor niets vergoten, die tranen waren een balsem voor Jezus’ Gewonde Hart; prijs de Heer, Petro; Jezus staat vlak voor jullie deuren, en klopt;
vrede zij met je; vrede zij met jullie allen; Ik bemin jullie allen;
