17 juli 1994
Mijn kind: “gezegende, ach gezegende van Mijn Ziel, bij de herinnering aan jouw schepping schreide Ik; Ik schreide tranen van vreugde; Ik had je in de schoot van je moeder geplaatst met een hart, om te leven en Mijn Heerlijkheid te delen; (17 juli 1994)
22 juli 1994
Ik heb gezegd: “ofschoon deze generatie zich zo bereidwillig aan de voeten van Satan heeft geworpen, kan Ik, de Heilige, nooit de herinnering aan jullie schepping vergeten en hoe Mijn Vader bij de herinnering aan dit moment tranen van vreugde heeft vergoten; daarom zal Ik niet passief toezien hoe dit kroost van Mijn Vader de gedaante van Mijn Vijand aanneemt; de Vijand mag aantrekkingskracht hebben maar die is dodelijk, terwijl wat Ik te bieden heb jullie tot goddelijkheid zal brengen en terug in de Armen van jullie Vader;” (22 juli 1994)
19 augustus 1996
ach … heb je niet gehoord hoe Onze Schepper, driewerf Heilig, triomferend over alles, tranen van vreugde heeft vergoten terwijl Hij jou schiep? ja, het is deze zelfde God, die de Allerhoogste is, de grote en levende God, aan wie jij je leven hebt te danken, die jou heeft geschapen, tegen wie de wereld zich vandaag heeft gekeerd; (19 augustus 1996)
13 december 1992
weldra zullen Mijn Troon en het Lam op hun plaats zijn, en jullie ziel zal vernieuwd zijn door Mijn Alles Overtreffende Licht, omdat Ik, jullie Vader, van plan ben het geheugen van jullie ziel te herstellen en jullie hart tot Mij het woord Abba – Vader – te laten zingen! Ik zeg jullie, je behoort niet aan de wereld toe, waarom staan jullie jezelf dan toe telkens weer te worden bedrogen? (13 december 1992)
11 februari 1992
Ik wil jullie uit de klauwen van de Boze bevrijden en de herinnering van jullie ziel herstellen; Ik wil de stenen harten openen en ze ertoe brengen voortaan nobele lofprijzingen uit te spreken voor Mij, jullie God; (11 februari 1992)
