1 juni 1986

vrede zij met je; wees goed; stop met het lezen van die boeken,1 de Bijbel verkondigt de Waarheid Dan

2 juni 1986

vrede, vrede zij met je; denk aan God; Hij deed wonderen vanaf het begin; alle Glorie komt van God; God zal je aan Hem verbinden; ga met de genade van onze Heer Jezus Christus; iedereen eindigt, van het einde komt het begin; ga in vrede Dan

6 juni 1986

(Ik moest denken aan een droom die ik een paar maanden geleden had.)

Ik droomde (visioen) dat je me tegen een slang beschermde.

hoe zou ik je hebben kunnen verlaten toen die slang je aan het verslinden was! ga in de genade van onze Heer Jezus Christus Dan

Dit is wat ik zag:

Ik zat op een bank in mijn huis. Tegenover mij, op een andere bank, zat mijn hele familie. – Plotseling hoorde ik een zacht geluid aan mijn linkerkant, in de hoek van die kamer, die nogal donker was; en vanuit die donkere hoek zag ik een slang over de vloer kruipen. Die slang was mijn huisdier; hij kwam uit zijn hoek tevoorschijn op zoek naar voedsel, omdat ik hem geen eten meer had gegeven. Hij vond een schaal met drie druiven, die hij in zijn honger in één keer opslokte, maar dat was niet genoeg en hij kroop de keuken in om meer te zoeken, terwijl hij tussen de banken door kroop. Ik trok onmiddellijk mijn voeten op, bang dat ik nu zijn vijand was geworden en bang dat hij dit zou aanvoelen en mij zou aanvallen. Ik was heel erg bang. Dus stond ik op om hem te vangen, uit angst dat hij iemand van mijn gezin zou aanvallen. Op het moment dat de slang mijn bedoelingen doorhad, maakte hij zich klaar om mij aan te vallen. Ik was zo bang dat ik me vastgreep aan de bovenkant van een kast en daaraan hangend trok ik mijn benen op; en terwijl de slang zich op zijn achterpoten oprichtte, hoorde ik een stem. Toen hij deze stem hoorde, schrok de slang en kroop hij van me weg.

Ik sprong (vervolg) naar beneden en rende erheen om te kijken wie dat was. Ik zag een lange man en begreep dat hij mijn beschermengel was. Hij zei: “Waarom ben je bang?” Ik zei: “Ik ben bang voor de slang, die is los.” Hij zei: “Ik zal hem wegjagen.” Hij ging de keuken in en toen ik weg wilde lopen, dacht ik: “Misschien moet ik hem ook helpen.” Dus ging ik ook de keuken in. Deze man zette de keukendeur wijd open, pakte toen een stok en probeerde daarmee de slang te verjagen, terwijl ik veel lawaai maakte, met mijn handen zwaaide en met mijn voeten stampte om hem weg te jagen. Telkens als de slang wilde ontsnappen en mijn kant op kwam ging ik staan, stampte met mijn voeten en versperde zijn weg. Hij raakte in paniek en rende in zijn paniek het huis uit. Toen hij eenmaal buiten was sloeg de beschermengel de deur dicht.

Aan de rechterkant van de deur zat een raam. Zowel mijn engel als ik keken naar buiten om te zien wat er met de slang zou gebeuren. Hij glipte de trap af. Maar op de trap was het erg druk met mensen die op en neer liepen, en dus, bang dat hij zou worden vertrapt, baande hij zich een weg terug naar het huis. Maar hij merkte dat de deur op slot zat. Toen raakte hij echt in paniek. Hij glipte heel snel de trap af, een hal in en door de brede glazen deuren van de hal naar buiten. Zodra dat hij de drempel van die glazen deur overschreed, veranderde de slang in een gigantische, lelijke pad. 2 Hij bevond zich te midden van sneeuw en ijzig weer. Er waren mensen die hem daar buiten zagen en zodra ze alarm sloegen, veranderde hij van een pad in de gedaante van een vrouw. 3 Maar de boze geest werd ontmaskerd en de mensen grepen haar vast en bonden haar vast – terwijl ze dat deden, had ik het gevoel dat de riemen niet zo stevig zaten en dat ze op een dag zou ontsnappen.


1 Slechte literatuur
2 Padden en kikkers staan voor “demonische geesten”, zie Apoc. 16:13
3 Noot toegevoegd op 12 april 1995: “De vrouw die jullie zagen is de grote stad die gezag heeft over alle heersers op aarde.”Apoc. 17:18