2 december 1986

vrede zij met je; Ik, Jahweh, ben bij je; Ik ben altijd nabij je; Ik waak en zucht over de dorheid in de mensen;1

kom en steun op Mij, de tijd is nog niet gekomen, wees intussen waakzaam en blijf wakker;

Hoe is deze gave mij geschonken? Heeft U, mijn Heer, dat plotseling besloten?

laat Me je vraag beantwoorden: Ik heb je de gave gegeven om Mij op deze wijze altijd en overal te bereiken; Ik ben het die jou geroepen heeft; Ik, God, kende je al lang voordat je geboren werd of in de baarmoeder van je moeder gevormd werd; Ik kende je en je bent van Mij, beminde; Ik heb je uitgekozen om Mijn boodschapper te worden; jij moet Mijn Boodschappen overbrengen; Ik heb je uitgekozen omdat Ik het wilde; Ik heb je gadegeslagen terwijl je opgroeide, maar jij, jij leek je niet bewust te zijn van Mijn aanwezigheid; je leek Mij vergeten te zijn; terwijl Ik je zag afdwalen, heb Ik je geroepen, want de tijd was gekomen; Ik was blij dat je, hoewel je Mij leek te zijn vergeten, Mijn stem hoorde; Ik wilde dat je Mij beminde; Ik wilde dat je begreep hoeveel Ik jou bemin; dat je leerde dat Ik, God, altijd Mijn doelen bereik; toen Ik voor het eerst aan je verscheen, hield Ik je vast zodat je je hoofd ophief en keek naar Degene die voor je stond; toen je je hoofd ophief, keek Ik je in de ogen en zag hoe onbemind je je voelde; 2

Ik, God, was vol medelijden met je toen Ik je zo ellendig zag; dochter, Ik tilde je naar Mij op en genas je schuld; Ik wilde dat je Mij zou erkennen want Ik ben je Verlosser die jou bemint; Ik heb je genezen en gezegend; Ik heb Mijn mantel ontvouwd en je gevraagd of je die met Mij wilde delen; Ik heb je gevraagd of je Mij wilde volgen en je antwoordde dat je Mij nodig had en dat je bij Mij wilde zijn; Ik, Jahweh, verheugde Mij toen Ik hoorde zeggen dat je Mij wilde volgen; Ik leerd je toen hoe je Mij moest beminnen Ik leerde je hoe je bij Mij kon zijn en hoe je Mij kon bereiken; Ik heb je overladen met Mijn zegeningen en je laten leven in Mijn Licht; Ik heb vervolgens al Mijn werken over je uitgestort, zodat je Mij kunt verheerlijken; Ik, God, heb je gevraagd of je bereid was voor Mij te werken en je hebt Mij met geluk gevuld toen je wist dat je bereid was; de geschiedenis herhaalt zich zogezegd;

Ja, mijn Heer. Allen die Uw oproepen beantwoordden, werden verworpen, bespot en voor gek verklaard. In onze moderne maatschappij zal ik zoveel hoon te verduren krijgen! Sommigen zouden zelfs zo ver gaan om te zeggen dat ik bezeten ben.

laat hen die je willen uitlachen naar je toe komen, zij beseffen niet hoe ernstig hun beschuldigingen zullen zijn want zij lachen om door Mij gegeven woorden; Ik zal later met hen afrekenen; heb vertrouwen in Mij; Ik zal je opnieuw roepen om preken in je oor te fluisteren; Ik zal je mond vullen met Mijn woorden; Ik, Jahweh, ben jouw Kracht; Ik zal je genoeg kracht geven om je onderdrukkers, die talrijk zullen zijn, te kunnen negeren, Mijn kind;3 maar Ik zal je beschermen met Mijn schild; niemand zal je kwaad kunnen doen; laat hen die oren hebben Mij horen, laat hen die ogen hebben Mij zien en Mij herkennen; laat hen wiens hart niet gesloten is begrijpen dat Ik, Jahweh, Mijn reddende hulp aan alle naties aanbied; blijf dicht bij Mij, dochter, Ik, God, bemin je;


1 Hier vroeg ik me gewoon af wanneer God Zijn Boodschappen zal tonen.

2 Ik heb nooit geloofd dat God iemand zoals ik kon beminnen, iemand die nooit bad of haar geloof praktiseerde. Ik dacht altijd dat Hij alleen hen beminde die Hem liefhebben.

3 Toen God deze woorden uitsprak, klonk zijn stem plotseling HEEL bedroefd. Hij klonk als een vader die zijn zoon naar de oorlog moest sturen.