Sinds 1985 heeft de Heer mij geroepen om deel te nemen aan Zijn programma van Eenheid, en dit was wel het laatste wat ik ooit in mijn leven had verwacht. De Heer blijft me steeds weer verrassen.

Al op 14 oktober 1991 zei de Heer Jezus:

“jouw zending, … is het Mijn volk onder één Naam te brengen, Mijn Naam, en samen het brood te breken;”

De kernboodschap van “Waar Leven in God” is Eenheid. Het is een oproep om van ons leven een onophoudelijk gebed te maken. Het is een oproep om oprecht berouw te tonen, ons te bekeren van onze verdeeldheid en ons te verzoenen met God en onze naaste. Het is een dringende oproep aan de Kerken om zich in verscheidenheid te verenigen. Jezus zegt: “Ik heb tot jullie en tot anderen gepredikt; blijf daar niet bij, geef de leer die Ik jullie heb gegeven door … Evangeliseer met liefde voor de Liefde.”

“verenig Mijn kerken; de ware christen is degene die innerlijk christen is en de Eenheid is en blijft in het hart; Eenheid zal niet naar de letter zijn maar naar de geest.”

Velen vragen zich af: waarom spreekt God juist in onze tijd? De Heer God komt om Zijn Woord opnieuw te verkondigen en ons te herinneren aan Zijn geboden en Zijn Wet. Dit is wat Hij zei: „Zeg hen dat de God die zij zijn vergeten, hen nooit is vergeten.”

Onze Heer Jezus roept Zijn priesters en vraagt Zijn herders:

“is er iemand bereid met kracht en liefde te werken om dit wankelende Huis te herbouwen? is daar iemand die bereid is dit Huis te verdedigen? is er iemand die nu begrijpt wat Ik zeg? is er iemand in het Huis van de Heer die beschikbaar is om het Koninkrijk van God uit te breiden?” (20 oktober 1998)

“Ik verlang dat heel Mijn Kerk verenigd is; zij die volharden in het verdeeld blijven hebben Mijn Hart al van hun hart gescheiden; besef de zwaarte van jullie verdeeldheid, de dringende noodzaak van Mijn Oproep en het belang van Mijn verzoek; Ik heb jullie hart nodig om jullie te verenigen en Mijn Kerk te herbouwen, verenigd tot één binnenin jullie hart; alles wat Ik vraag is liefde, om de barrières van jullie verdeeldheid te doorbreken…” (20 oktober 1991)

De toenmalige oecumenische patriarch Athenagoras van Constantinopel, die zo dicht bij het tot stand brengen van eenheid met paus Paulus VI stond, schreef ooit: “Als we genoegen nemen met het herhalen van onze formules en deze daarmee tegenover onze medechristenen verharden, dan zal onze erfenis iets doods worden. Het zijn het delen, de nederigheid en de verzoening die ons werkelijk orthodox maken, waarbij we het geloof niet voor onszelf vasthouden – als we dat zouden doen, zouden we slechts weer een historische geloofsbelijdenis bevestigen – maar voor de eenheid van allen, als onbaatzuchtige getuigen van de onverdeelde Kerk.”

In onze inspanningen moeten we bereid zijn om vaker samen te bidden, want gebeden worden gehoord en verhoord, terwijl dialogen en formules slechts gesproken woorden zijn. Dit betekent niet dat we onze dialogen of formules moeten afschaffen, helemaal niet.

Maar wat is voor ons belangrijker: de letter of de Geest? Als we zeggen: de letter, dan zullen we als bestuurders te werk gaan bij het regelen van Gods zaken en zullen we niet gerechtvaardigd worden, noch ooit iets bereiken, want dat is hetzelfde als tegen de Geest zeggen: “Kijk eens, ik ben geen kind meer en ik kan zelf lopen.” De letter zal dan de Geest doden en we zullen werkelijk beheerders worden die alleen maar papieren documenten verschuiven en elke bijeenkomst met een leeg hart verlaten.

Op 14 oktober 1991, zei Jezus: “vertel hun dat het Hart van de Heer Liefde is en dat het Hart van de Wet gebaseerd is op Liefde; vertel aan Mijn volk dat Ik geen beheerders in Mijn Huis wil, zij zullen niet gerechtvaardigd zijn op Mijn Dag; want zij zijn juist degenen die Mijn Huis hebben verzakelijkt;”

Wat is dus belangrijker: de wet of de Geest? Als we zeggen: de wet, dan zullen we al een oordeel vellen over onze broeder die naast ons zit en tot een andere kerk behoort, terwijl hij op zijn beurt al een oordeel over ons zal vellen, en we zullen van ieder van ons horen: “Wij staan in de volle waarheid en wij zijn degenen die gelijk hebben.” En opnieuw zullen we Christus fragmenteren en opnieuw zullen we niets bereiken.

Als we beginnen bij de leer en de inhoud ervan, zullen we ook daar misschien nog meer verdeeld en versnipperd geraken, zonder ooit tot de kern te komen. Daarmee bedoel ik niet dat we de leer moeten schenden, want de leer is het loutere wezen van de Kerk zelf. Maar als we de Heilige Geest toestaan ons bij de arm te leiden, in plaats van dat wij voor één keer proberen de Heilige Geest te leiden, dan zal de Geest de letter en de wet tot leven brengen, en zal Hij ons de ware leer tonen, namelijk dat Jezus Christus het enige werkzame beginsel in ons is, ondanks onze verschillen in leerstellige terminologie. Voor deze daad van naastenliefde hebben we intense armoede van geest nodig, dat wil zeggen nederigheid, en een overvloed aan vrijgevigheid.

Laten we onze leerstellige dialogen dus beginnen met de Heilige Geest. Laat Hem degene zijn die ons bij de arm neemt om ons in ons hart te laten zien dat de kern van de leer gebaseerd moet zijn op liefde en nederigheid, wat de sleutel tot eenheid is.

Vervolgens zei de Heer op 20 mei 1987 opnieuw: “hoe kan een Lichaam functioneren als één of twee van zijn ledematen onbruikbaar zijn, of verwond of afgescheurd? zou het dezelfde capaciteit en kracht hebben als een gezond lichaam? Mijn Kerk is Mijn Lichaam; hoe kan Mijn Lichaam functioneren als ze Het invalide maken?”

Zeven maanden later, 23 december 1987: “weet je waarom Mijn lammeren verstrooid zijn en Mijn Lichaam verminkt is? weet je waarom er onenigheid heerst in Mijn Kerk? dat komt omdat ze ‘s nachts gelopen hebben, zonder enig licht om hen te leiden; zoek Mij, die het Licht ben, en Ik zal jullie leiden, werp jullie onverdraagzaamheid en jullie hardnekkigheid af; wees mild en nederig; open jullie hart en laat Mijn Sap jullie vullen; Ik ben jullie Goede Herder, die jullie bemint;”

Op 12 april 1990: “als jullie Mij toestaan jullie hart binnen te gaan zal Ik jullie Mijn Wonden laten zien die Mij in het huis van Mijn beste vrienden zijn toegebracht; jullie zullen door ontzag bevangen zijn over hun diepte en getroffen worden door de talloze wondetekenen die met geweld Mijn Lichaam zo wreed zijn toegebracht; de Wonden van Mijn Lichaam zijn zodanig dat ze Mij in hun strijd verminkt hebben achtergelaten;”

Toen paus Franciscus op 19 juni tijdens zijn wekelijkse algemene audiëntie het woord nam, zei hij: “De Kerk is het lichaam van Christus, maar wanneer katholieken onderling ruzie maken of wanneer katholieken en andere christenen met elkaar in conflict zijn, brengen zij het lichaam van Christus leed toe. Laat het lichaam niet lijden onder onze verdeeldheid en onze conflicten.”

“Eenheid is een genade die we aan de Heer moeten vragen, opdat Hij ons zou bevrijden van de verleiding tot verdeeldheid, ruzies onder elkaar, egoïsme en geklaag over elkaar – hoeveel schade, hoeveel kwaad dat geklets teweegbrengt,” zei hij. “Hoeveel schade wordt er veroorzaakt door verdeeldheid onder katholieken en tussen christelijke gemeenschappen. Evangelische christenen, orthodoxe christenen, katholieke christenen – waarom zijn we verdeeld? We moeten proberen eenheid te brengen.”

“Laten we bidden dat de Heer ons eenheid schenkt,” zei hij. “Laten we tot de Heer bidden dat Hij ons tot leden van het lichaam van Christus maakt, steeds meer verenigd met Christus, en ons helpt om het lichaam van Christus niet te laten lijden onder onze conflicten en onze verdeeldheid,” zei hij.

(Dus de paus is klaar voor eenheid, en wij? Zijn de andere kerken net zo klaar als hij?)

In 1987, op de 4e april sprak de Heer met smart te volgende woorden: “Mijn Lichaam is moe en gewond; Mijn Lichaam is de Kerk; Ik verlang Mijn Kerk te consolideren;”

Onze Heer zou het woord “consolideren” niet hebben gebruikt als de Kerk sterk en gezond was, maar we moeten erkennen dat we, door verdeeld te blijven, de Kerk inderdaad hebben verzwakt, haar tot op de grond hebben afgebroken, zozeer zelfs dat Onze Heer herhaaldelijk zegt dat Zijn Kerk in puin ligt en dat veel leden van de Kerk op het punt staan te verrotten.

Toen de Heer mij vroeg: “welk huis is belangrijk, jouw huis of Mijn Huis?” En mijn antwoord was: “Uw Huis Heer”. Hij zei: “breng Mijn Huis weer tot leven, verfraai Mijn Huis en verenig Mijn Huis;” Hij zei niet bouw Mijn Huis opnieuw op, maar zei: “Breng Mijn Huis weer tot leven” – een krachtige uitdrukking die laat zien in welke toestand wij de Kerk hebben gebracht… dit is zo betreurenswaardig…

Op 2 juni 1987, vroeg Jezus me om drie ijzeren staven te tekenen die star naast elkaar stonden. Ze stonden symbool voor de protestantse kerken, de rooms-katholieke kerk en de orthodoxe kerk. Vervolgens vroeg Hij me om ze nogmaals te tekenen, maar nu met de uiteinden van de staven aan elkaar verbonden, zodat ze één geheel vormden, en Hij zei:

“om te verenigen, moeten jullie allemaal buigen door zachter te worden”

Ja, we moeten onze starheid zachter maken, die zo star is als ijzeren staven die niet te buigen zijn. Na acht dagen riep de Heer mij opnieuw en zei: wil je Mij in Mijn Kerk zien? Verward vroeg ik, Welke Kerk, Heer, welke bedoelt U?

Hij antwoordde: “het zijn allemaal Mijn Kerken, ze zijn allemaal van Mij; ze behoren allemaal aan Mij toe en aan Mij alleen, Ik ben de Kerk; Ik ben het Hoofd van de Kerk;” … “Ik ben de Ene God en heb één Lichaam, een Lichaam dat zij hebben verminkt; molenstenen hebben Mijn Lichaam beschadigd”

– Ik zei: “Mijn God, U lijkt zo van streek!!” En dat was Hij inderdaad!!

Hij antwoordde: “Van streek? O Vassula, waarom, waarom hebben ze Mij wreed in verscheurd? Mijn Lichaam doet pijn, het is in stukken gescheurd…”

In die boodschap herinnert de Heer ons eraan dat Hij het Hoofd is van het Mystieke Lichaam, dat de Kerk is. Maar wij, wij in onze arrogantie en hoogmoed, hebben ervoor gezorgd dat het Hoofd werd losgescheurd; want zonder het Hoofd kan niemand ons iets opleggen, ons verwijten maken of ons corrigeren. Het Lichaam heeft geen zeggenschap. We zijn erin geslaagd Christus het zwijgen op te leggen.

Hoe kunnen we onze weg vinden en weten waar we lopen als we het Hoofd hebben losgescheurd? We kunnen niet zeggen dat we in het Licht wandelen, aangezien we nog steeds verdeeld en gefragmenteerd zijn. De Heer zei op de 7e oktober 1991:

“vertel hun ook hoe Ik oneerlijke harten verafschuw; hun plechtigheden en dialogen vermoeien Mij; vertel hun hoe Ik Mij afkeer van hun hooghartigheid en hun onbuigzaamheid; hun inzicht lijkt weliswaar groot en indrukwekkend voor de mensen, maar niet voor Mij, Ik kan een stervende kerk niet gelukwensen die op weg is naar verrotting; zeg tegen hen die willen horen:

tenzij zij hun stemmen dempen, zullen ze de Mijne nooit horen; als ze hun stemmen zouden dempen dan zullen ze de Mijne beginnen te horen en aldus Mijn Wil doen; Ik ben Eén, en toch maakte ieder van hen zijn eigen Christus; Ik ben het Hoofd van Mijn Lichaam, en toch, alles wat Ik zie is hun hoofden, niet het Mijne; zeg hun het hoofd te buigen en ze zullen het Mijne zien; zeg hun zichzelf te vernederen zodat Ik ze tot Mij zal kunnen verheffen;”

Tijdens diezelfde algemene audiëntie, op 19 juni van dit jaar, zei paus Franciscus: “En net als elk echt lichaam,” zo legde hij uit, “heeft de kerk een hoofd — Jezus Christus, ‘die haar leidt, voedt en ondersteunt’ — en als katholieken niet stevig verbonden zijn met Jezus, het hoofd, dan sterft het lichaam.”

“Laten we verbonden blijven met Jezus,” zei paus Franciscus. “Laten we op Hem vertrouwen, ons leven inrichten volgens Zijn evangelie, ons voeden met het dagelijks gebed, luisteren naar het Woord van God en deelnemen aan de Sacramenten.”

De orthodoxe delegatie die vanuit Constantinopel was gekomen om paus Franciscus te ontmoeten ter gelegenheid van het feest van de HH. Petrus en Paulus, zei tegen de paus: “Eenheid is geen luxe, maar een noodzaak..'” De paus antwoordde hen: “Het streven naar eenheid onder christenen is een dringende taak, dringender dan ooit tevoren; we mogen dit niet negeren. Ons getuigenis vereist dat wij eindelijk met één stem het goede nieuws van het Evangelie kunnen verkondigen en samen de Goddelijke Mysteriën van ons nieuwe leven in Christus kunnen vieren.”

Op 20 oktober 1990 zei de Heer: “door je boetedoeningen en je vurige gebeden, Mij uit liefde aangeboden, kun je komende rampen veranderen; kun je de vlammende toorn van Mijn Vader tenietdoen; met jouw gebeden kan God worden vermurwd; je kunt Mijn Kerk mooi maken; je kunt Mijn Volk bijeenbrengen onder Mijn Naam om de Mis te vieren rondom één Altaar;…”

Ruim vóór deze woorden van de paus op 19 april 1988 zei Jezus:

“zie, wat een vreugde het zal zijn voor Mij als jullie bijeenkomen rondom Eén Altaar en jullie Mij rond datzelfde Altaar zullen prijzen; jullie fouten erkennend, berouw hebben over jullie rebellie en je Mijn Liefde voor jullie herinneren en elkaar beminnen zoals Ik jullie bemin; kinderen, wees volmaakt!

En op een dag riep Jezus nog krachtiger uit (14 oktober 1991):

“verenig! verzamel! roep samen Mijn Naam aan! consacreer Mijn Lichaam en Mijn Bloed samen! achtervolg de Weg niet! verneder jullie zelf en buig om in staat te zijn één te worden en Mij te verheerlijken; jullie spreken over de Geest maar handelen niet in de Geest; jullie spreken over de Weg maar jullie zijn de eerste om Hem te versperren! – hoe weinig kennen jullie Mij …

jullie spreken Mijn Naam uit, maar moorden Mijn kinderen uit tussen het heiligdom en het altaar; Ik zeg jullie plechtig, dit alles zal jullie op de Dag van het Oordeel worden nagebracht; kunnen jullie Mij onder ogen komen en naar waarheid zeggen: ‘ik ben verzoend met mijn broeders;’ kunnen jullie werkelijk zeggen: ‘ik heb mij niet afgescheiden van mijn broeders onder Uw Heilige Naam; ik heb hen behandeld als mijn gelijken;’ wanneer jullie je zaak aan Mij voorleggen dan zal Ik jullie in je gezicht zeggen: ‘weg met jullie, jullie hebben je broeders niet behandeld als jullie gelijken; jullie hebben Mijn Lichaam dagelijks afgeslacht; waar is jullie triomf? terwijl Ik bouwde, braken jullie af; terwijl Ik weer samenbracht, hebben jullie verstrooid; terwijl Ik verenigde, hebben jullie ver­deeld!’

toch, zelfs vandaag, als jullie tot Mij komen zoals jullie zijn, kan Ik jullie genezen, kan Ik jullie transfigureren en jullie zullen Mij verheerlijken;”

Als we in de zonde van verdeeldheid blijven, hoe kunnen we dan verwachten dat het Lichaam van Christus in ons herkenbaar is, als we het in zo’n betreurenswaardige toestand hebben gebracht? Laten we ons niet veranderen in levenloze materie of in grafkelders door de woorden van onze Heer niet in daden om te zetten. Laten we het volmaakte beeld van eenheid worden en doen wat Hij zegt.

Op 30 juni 1987 zei de Heer: “Vassula, diep in Mijn Lichaam heb Ik de punt van de lans (lemmet) die Mijn Hart binnendringt, die is daar altijd; Ik wil dat de lans wordt verwijderd; verheerlijk Mijn Lichaam door Vrede, Eenheid en Liefde te vestigen;”

Deze metaforische wijze van spreken komt vrij vaak voor in de taal van Jezus. Vroeg of laat zou Hij mij echter de betekenis ervan uitleggen. Hij liet mij begrijpen dat de punt van de lans onze verdeeldheid symboliseert. Die zit nog steeds diep in Zijn Hart, dat wil zeggen in het hart van de Kerk. Vervolgens sprak de Heer Zijn wens uit; Hij zei: “Ik wil dat de lans wordt verwijderd…” Er zijn inmiddels 26 jaar verstreken sinds die boodschap werd uitgesproken, en nog steeds zit de punt van de lans in Zijn Hart.

In een latere boodschap (14 november 1991) zei Jezus: “Ik had jullie één Kerk nagelaten, maar nauwelijks was Ik gegaan, amper had Ik Mij omgedraaid om naar de Vader te gaan, of jullie hadden Mijn Huis tot een woestenij gemaakt! jullie hebben haar met de grond gelijkgemaakt! en Mijn kudde zwerft links en rechts rond … hoelang nog moet Ik de Kelk van jullie verdeeldheid drinken? de Kelk van kwelling en verwoes­ting;”

Maar hoezeer de Kerk ook streeft naar Eenheid: zolang het Paasfeest niet op één datum valt en niet gezamenlijk wordt gevierd, zal onze verdeeldheid blijven bestaan en zal er geen vooruitgang zijn. Christus vraagt Zijn herders immers al jaren om de data van Pasen te verenigen en belooft ons dat, als dit gebeurt, Hij de rest zal doen om ons allen in onze verscheidenheid te verenigen.

“Ik heb jullie fouten op Mij genomen, Ik heb jullie verzoend met de Vader, en Mijn Leven heb Ik voor jullie gegeven, dus wat zou Ik meer hebben kunnen doen dat Ik niet gedaan heb?” (20 januari 1992) “en nu richt Ik een speciale oproep aan al diegenen die onder Mijn Naam werken voor Eenheid en Vrede; Ik vraag jullie bij Mij te komen als een kind, Mij aan te kijken, en de volgende vragen te beantwoorden: broeders, hebben jullie alles gedaan wat je kon om de eenheid van Mijn Lichaam te bewaren?” (10 maart 1990)

“zal Ik, broeder, nog één seizoen de pijn ondergaan die Ik jaar na jaar heb ondergaan? of zul je Mij deze keer rust gunnen? zal Ik nog een seizoen de Kelk van jullie verdeeldheid moeten drinken? of zullen jullie Mijn Lichaam rust gunnen en om Mijnentwil het Paasfeest Verenigen? door het verenigen van de datum van Pasen, zul je Mijn pijn verzachten, broeder, en zul jij je in Mij verheugen en Ik in jou; en Ik zal het zicht van velen herstellen;”
.
(14 oktober 1991)

Op een dag (7 oktober 1987) toen ik tegen de Heer zei dat we weliswaar onder Zijn Gezag staan, maar dat het georganiseerd is en dat er een systeem van verbondenheid bestaat binnen een van de christelijke gemeenschappen, zei Hij:

“in Mijn Ogen zijn ze allemaal hetzelfde; Ik heb nooit gewild dat Mijn Lichaam zou worden verdeeld; jullie hebben Mij uiteengerukt! jullie hebben over Mijn Lichaam beslist! jullie hebben Mij verlamd;”

Ik ging verder en zei tegen Hem: Heer, ik discussieer liever niet, maar mag ik niet zeggen dat ik orthodox ben? Ik ben orthodox.

Hij verhief Zijn stem en riep uit:

“orthodoxen! katholieken! protestanten! jullie behoren allen Mij toe! jullie zijn allen Eén in Mijn Ogen! Ik maak geen enkel onderscheid,”

Het is duidelijk dat velen deze woorden van Christus niet serieus hebben genomen… Hoe vals en verdorven kan iemand toch zijn! Ondanks dat het evangelie ons oproept om verenigd te blijven, ondanks de ingevingen van de Geest, blijft onze verdeeldheid bestaan.

Laten we, gezien de verdeeldheid die nog steeds bestaat, toegeven dat onze menselijkheid zich al die tijd heeft bemoeid met Gods plannen; ons ego, onze koppigheid – vergelijkbaar met die van de farao – en onze trots, of onze angsten, zijn allemaal uitgegroeid tot een massieve, brede ijzeren staaf die het gekreun van de Heilige Geest negeert, die ons vraagt om ons in nederigheid en liefde te buigen en ons te verenigen. We hebben onszelf, ieder voor zich, opgesloten in ons eigen koninkrijk.

“Liefde ontbreekt”, zei Jezus. Deze verdeeldheid is gericht tegen Christus. Hoe geloofwaardig en rechtschapen sommigen van ons ook in de ogen van de wereld zouden willen overkomen, en hoeveel Weesgegroetjes, devoties en Kyrie-gebeden we ook zouden opzeggen, onze weerstand om de wil van Christus boven de onze te stellen en ons rondom één altaar te verenigen, is een duidelijk teken van angst en ongehoorzaamheid. Zolang onze harten niet worden ontstoken door liefde voor Christus en door het Vuur van de Heilige Geest, zullen we blijven bestaan als de verspreide dorre beenderen uit het visioen van Ezechiël. Eenheid zal pas komen wanneer wij allen Jezus Christus werkelijk gaan liefhebben.

Deze steriele en passieve houdingen die de eenheid in de weg staan, zijn in strijd met wat Christus in Zijn Gebed aan de Vader vroeg toen Hij zei: “Mogen zij één zijn in Ons, zoals U in Mij bent en Ik in U, opdat de wereld moge geloven dat U het bent die Mij gezonden heeft.” (Joh. 17,21) En dat geldt des te meer wanneer we er niets aan doen om eenheid in de Kerk te brengen, maar zwijgen, als graven op een uitgestrekt kerkhof.

Laten we bidden voor de leiders van elke Kerk, opdat zij alle leden van het Mystieke Lichaam van Christus bijeenbrengen en met de hulp van de Heilige Geest de tekenen van de tijd mogen lezen, die ons oproepen tot Eenheid rondom één Altaar, waarbij we één Beker en één Brood delen en samen met één stem verkondigen dat er één Heer is, één geloof, één doopsel en één God, die Vader is van allen, boven allen, door allen en in allen. (Ef. 4,6)