19 september 1986

vrede zij met je; Ik ben Vrede; kom niet tegen Mij in opstand; allen die oren hebben luister; luister naar Mijn oproepen; waarom, waarom hebben jullie Mij verlaten? Ik, die jullie zo liefheb; waarom zijn er zo weinigen die zich Mij herinneren? heb Ik, God, jullie niet geschapen? heb Ik jullie niet liefgehad, gekoesterd en gezegend? worden jullie afgeleid door fantasieën? is dit wat jullie beweren te zijn? hebben jullie Mij niet gevoeld? zuiver jezelf, want Ik ben in jullie; zijn jullie, beminden, zoals bladeren, die in de herfst verdorren en vallen? kinderen, kinderen, keer tot Mij terug; vul Mijn Heilige Plaatsen en verheug Mij;

Dierbare Vader in de Hemel, wat als ze niet willen luisteren?

ieder mens heeft oren, zij moeten weten waarom Ik ze gemaakt heb; Ik heb ze ogen gegeven om onderscheid te maken tussen duisternis en licht; vergroot Mijn geluk, dochter, door je liefde voor Mij te bewaren; verwelkom Mij in je gebeden; Ik ben je Hemelse Vader, de Almachtige God; lees Mijn Woord; vertrouw erop

21 september 1986

(Ik twijfel weer of God tegen mij kan spreken. Deze keer sprak Jezus.)

Glorie zij aan God;

Ben jij dat Daniel?

waarom, waarom Daniel?

Daniel is degene die God altijd verheerlijkt.

weet je zeker dat alleen Daniel God verheerlijkte?

(Nu begreep ik het; ik glimlachte.)

waarom twijfel je? Ik ben Jezus Christus, Gods Beminde Zoon; – Ik bemin jullie allemaal;