7 januari 1987
vrede zij met je; Ik, Jezus ben hier, Vassula; Ik zal je laten begrijpen hoeveel pijn Ik lijd als Ik zoveel zielen verloren zie gaan; Ik lijd en lijd….
Jezus, ik wou dat het kwaad ophield te bestaan! Ik wou dat U zich gelukkiger voelde.
wil jij ook dat het kwaad stopt?
Ja!
beminde, ga en maak Mijn kinderen wakker, laat hen begrijpen dat het kwaad hen in de val lokt;
(Ik besefte dat de Verlosser me vroeg om te gaan getuigen.)
Help me! Want ik weet zo weinig!
Dat zal Ik doen, dochter; vervuld zullen jullie velen zijn;1
10 januari 1987
vrede zij met je; bent je bereid Mij te horen? Ik ben Jahweh, wees niet bezorgd, Ik zal je begeleiden; je zult Mij niet teleurstellen want Ik zal je de weg wijzen; Ik zal Mijn woorden op jouw lippen leggen; hebt je het niet gemerkt?
Ja! Ik merk dat ik soms dezelfde formulering gebruik als U mij hebt gegeven wanneer ik met mijn vrienden praat over wat U hebt gezegd.
Ik heb je gezegd dat Ik je spraak zal verrijken, jouw spraak zal Mijn spraak zijn;
Ik heb ook nieuwe woorden geleerd.
ja, je bent aan het leren… je zult voortkomen uit Mijn Mond; dochter, je lijkt nog niet volledig te beseffen welke taak Ik je geef…
Nee. Nee, dat doe ik niet. Ik ben bang om het te beseffen!
Ik ben blij dat je eerlijk tegen Mij bent; je lijkt echter te vergeten dat Degene die met je is de Almachtige God is; Ik ben de Almachtige en Ik bezit de sleutels tot Wijsheid; Ik heb het hele universum in Mijn handpalm; besef dat Ik hemel en aarde kan veranderen2
Mijn probleem is dat ik geen volledig vertrouwen heb. Ik ben zwak, hulpeloos en, zoals U zegt, niets. Ik kan niets zien behalve dat wat ik niet ben.
vertrouw op Mij, dochter, ben je Mijn Werken vergeten? niemand kan zich tegen Mij verzetten; kom en vertel over Mijn wonderen, kom en mediteer in je hart over Mijn wonderwerken…
Het is niet aan mij, mijn Heer, om U dit te vragen, maar aangezien U onze harten kunt doorgronden en geen geheim voor U verborgen kan blijven, blijf ik mezelf afvragen: “Waarom ik? Een nietsnut. Onwetend van religie. Onwetend van Uw Werken. Volstrekt machteloos en een niemand. Waarom, waarom hebt U mij uitgekozen?”
Vassula, Ik heb jou uitgekozen om Mijn Stem te doen horen, zodat Ik mijn genade aan jullie allen kan tonen, Ik wilde je uit het Niets verheffen om aan het vlees3 Mijn handwerk te tonen; hoewel velen zich tegen je zullen keren en je tegenstanders zullen zijn, zul je geen schade ondervinden; valse getuigen zullen tegen je opstaan, maar terwijl hun harten vol boosaardigheid zijn, zal Ik je met Mijn zegeningen overladen; Ik zal niet doof zijn voor je kreten, Mijn kind; Ik heb tot je gepredikt zodat je Mijn Huis verheerlijkt; Ik heb je gevraagd of je voor Mij wilde werken, nietwaar?
Ja, dat deed U, en ik zei: JA.
Ik heb je ‘Mijn drager’ genoemd, Ik wil dat alle naties Mijn Woorden horen; Ik zal je onderrichten en je de weg wijzen; je zult eropuit gaan en hen vertellen dat Mijn Woord schreeuwt om Vrede en Liefde, Mijn Woord is goddelijk; Ik verlang ernaar jullie allen te vergoddelijken!
Ik vrees dat velen datgene wat U mij geeft zullen afwijzen en minachten.
vertrouw op Mij want Ik ben je God, Ik zal over je waken en Ik zal je raadgever zijn in Mijn belangen; Vassula, Mijn Woord4 zal zo hoog groeien als de ceders, haar takken zullen zich uitspreiden als open armen, zij zullen vele naties bereiken, de armen voeden, jullie wonden en zieken genezen; jullie vlekken reinigen en jullie ellende helen, jullie troosten, jullie naar Mijn borst brengen, jullie beminnen en jullie opnieuw leren hoe je elkaar en Mij moet beminnen; Mijn armen zullen jullie verlossen van het kwaad, want jullie zijn allemaal van Mij, beminden; kijk! kijk omhoog, kijk naar Mijn schepping, de hele schepping gehoorzaamt Mijn Wil;5 kleintje, ik doorzie je toch helemaal!6 wees niet bevreesd, houd vast aan Mij; zie deze schitterende versiering die Mijn schepping verlicht? dit is slechts één van Mijn vele mysteries, vele blijven verborgen; dochter van Mijn keuze, Ik zal de schatten van Mijn Hart aan je openbaren en je zult bloeien door Wijsheid;
kleintje, ik ben blij met je; kom, laten we leren:7 je zult, ondanks Satans aanvallen, in staat zijn alles te schrijven wat Ik wil, want dit is Mijn wil; leer Mij te prijzen en onthoud wie Ik ben; Wijsheid wordt door Mij gegeven; leer dat Wijsheid je geloof versterkt; Ik wil dat je volmaakt wordt in Mijn Geest; groei hoog als de ceders en de cipressen, want in jou zal Ik vele openbaringen ademen; luister, elke tak van jou zal bloeien en vruchten van Vrede en Liefde dragen; Ik ben van plan je voorraadkamers te vullen met Mijn vruchten;
Ik heb jullie smeekbeden gehoord, en daarom wil Ik jullie allen vreugde schenken; nu zend Ik je naar hen toe, als Mijn geschenk onder hen; Ik zal je aan de hele mensheid geven; Ik zal kennis en inzicht over jullie uitstorten; Ik zal Mijn boodschap aan alle naties overbrengen: “aanvaard haar want zij is van Mij; mogen alle naties van haar profiteren, want zij zal Mijn volk brood uit de Hemel aanbieden en hen verzadigen; zij zal hen vervullen met Mijn Kennis;” Mijn volk zal op Mij steunen om troost te vinden en Mij zegenen; o allen die Mij door Mijn Leringen zullen herkennen, zij zullen geluk in hun hart vinden; “velen zullen haar achtervolgen als een jager op zijn prooi, maar Ik zal haar te hulp komen; anderen zullen luisteren en hun tijd doorbrengen in Mijn heiligdommen; gezegend zijn zij die zich met haar verenigen; Ik, God, zal onder jullie zijn en jullie zullen dit teken op haar zien, want zij zal groeien in Mijn huis;’
zie, de Morgenster8 zal spoedig te zien zijn; vanuit de Hemel roep Ik jullie om je eraan te herinneren dat het Erfgoed ook van jullie is als jullie Mij maar erkennen; vandaag zend Ik jullie één van de Mijnen, jullie zullen een korte tijd zwoegen om haar te bewerken, maar spoedig zullen jullie van Mijn oogst eten; als jullie haar verlaten zullen jullie haar verliezen, als jullie haar lastigvallen zal Ik haar de kracht geven om jullie omver te werpen, hoe hard zal zij zijn voor de ongedisciplineerden! Ik geef haar de kracht om Mij aan te roepen wanneer zij maar wil; als jullie haar eenmaal vasthouden, zullen jullie van Mij leren; vandaag stort ik al Mijn Wijsheid over jullie uit om de huidige duistere wereld te verlichten;
Ik, God, kom om over jullie allen te schijnen en Mijn Gelaat te openbaren als nooit tevoren, zodat jullie Mij beter zullen begrijpen; ach, hoe verlang Ik ernaar dat elke ziel Mij ontvangt want door Mij te ontvangen zullen zij vrede verkrijgen; maar nu heeft het kwaad hen in zijn greep en leert hen kwaad te zijn en de wegen van het kwaad te volgen; het kwaad heeft hen verblind en hen met allerlei wapens gevuld, waardoor zij ertoe worden aangezet om zoals haar te worden; Ik vrees voor hen omdat zij in gevaar zijn en Ik bemin hen; Ik heb hun tekenen van Mijn goddelijke liefde gegeven; Ik ben met hen wanneer zij in nood zijn, Ik bedek hun naaktheid altijd met Mijn genade, en Mijn hand is naar hen uitgestrekt om hen te bereiken maar zij lijken Mij nooit te zien; Ik roep hen om Mij als Vader te erkennen, maar zij lijken Mij nooit te zien; zij lijken Mij ook niet te horen; Barmhartigheid buigt zich over hen heen en geeft hun tekenen maar zij herkennen ze niet; nu zend Ik jou naar hen als Mijn geschenk;
verzamel hen om de vijand te vernietigen die jullie van elkaar gescheiden houdt; Ik geef je spraakvermogen om met Mijn volk te spreken en hen tot Mij terug te leiden; laat hun smaakpapillen de smaak van Mijn manna proeven; beminden, jullie komen van Mij, en Ik zal Mijn Wijsheid over jullie uitstorten zodat jullie Mij kunnen verheerlijken;
God, Almachtige, Vader van allen, zal ik U uiteindelijk verheerlijken?
Ik zal verheerlijkt worden, dochter; Ik, God, bereik altijd Mijn doelen; onthoud dit altijd: jouw tempo zal voor altijd Mijn tempo volgen;
