Fr. John Abberton

We weten allemaal dat we zonder onze Heer Jezus Christus niets kunnen doen, en het lijkt misschien overbodig om te zeggen dat “Jezus DE exorcist is”, maar door over deze waarheid te mediteren, onszelf te herinneren aan de leer van de Heilige Schrift en aan enkele van de krachtigste bevrijdingsgebeden, kunnen we ons geloof versterken. Bovenal hebben we, wanneer we geconfronteerd worden met de macht van het kwaad, GELOOF nodig.

Al enige tijd maak ik bij het uitoefenen van de bediening van bevrijding gebruik van deze passage uit de brief van de heilige Paulus aan de Filippenzen;

“Die gezindheid moet onder u heersen welke ook Christus Jezus bezielde:
Hij die bestond in goddelijke majesteit heeft zich niet willen vastklampen
aan de gelijkheid met God;
Hij heeft zich van zichzelf ontdaan en het bestaan van een slaaf aangenomen,
Hij is aan de mensen gelijk geworden.
En als mens verschenen
heeft Hij zich vernederd,
Hij werd gehoorzaam tot de dood,
tot de dood aan een kruis.
Daarom heeft God hem hoog verheven
en Hem de naam verleend die boven alle namen is,
opdat bij het noemen van zijn naam
zich ieder een knie zou buigen
in de hemel, op aarde en onder de aarde,
en iedere tong zou belijden
tot eer van God, de Vader:
Jezus Christus is de Heer.
tot eer van God, de Vader: Jezus Christus is de Heer.” (Fil. 2: 5 – 11)

Om de persoon in nood die bij mij om hulp is gekomen een hart onder de riem te steken en om mijn eigen geloof te versterken, herhaal ik meestal enkele van deze zinnen, langzaam en misschien wel meer dan eens:

“Alle wezens,
in de hemelen, op aarde en in de onderwereld,
zouden hun knieën moeten buigen bij de naam van Jezus”.

Meestal spreek ik met de persoon in kwestie en nodig ik hem of haar uit om zijn of haar vertrouwen in de Heer Jezus te stellen. Ik vertel over de kracht van de naam van Jezus en herinner de persoon eraan dat we bidden in de kracht van die Heilige Naam.

Geloof is noodzakelijk voor zowel exorcisme als bevrijding. De officieel aangestelde exorcist put grote troost uit de wetenschap dat hij het kwaad niet zozeer in eigen naam bestrijdt, maar in de naam van zijn bisschop. Dit geeft de exorcist kracht, omdat hij niet alleen staat. De ritus van het exorcisme is goedgekeurd door het Kerkelijk gezag en bevat verwijzingen naar de sacramenten en de heiligheid van de Kerk. Tot de Kerk behoren ook degenen in de hemel – de “Triomferende Kerk” – de Moeder van Christus en de heiligen, evenals de engelenkoren die God voortdurend loven. De exorcist wordt aangemoedigd om met groot vertrouwen tegen het kwaad te bidden, zich bewust van de kracht die hem ter beschikking is gesteld.

De bevrijdingsbedienaar heeft, als hij of zij geen priester is, niet dezelfde garantie op geestelijke steun, maar niettemin kan een leek die zich bezighoudt met de bevrijdingsbediening, door de doop en door de kracht van Christus zeer effectief zijn. Iedereen die zich bezighoudt met bevrijding moet een persoon met een sterk geloof zijn. De heilige Petrus zegt ons dat we de duivel “in het geloof“ moeten weerstaan.

Enkele jaren geleden waarschuwde het Vaticaan in een verklaring leken om kwade geesten niet rechtstreeks te confronteren, waarbij werd gesteld dat directe bevelen uitsluitend mogen worden gegeven door priesters die als exorcist zijn opgeleid (en zelfs niet door priesters die geen exorcist zijn). Dit standpunt is betwist en het is duidelijk dat de Heilige Geest sommige mensen inderdaad roept om in geloof en met de kracht van God weerstand te bieden aan kwade geesten. Deze mensen ontvangen bijzondere charisma’s van de Geest, die zelf kiest wie Hij voor dit werk wil aanstellen. Degenen die geloven dat zij geroepen zijn tot de bevrijdingsbediening, moeten met een exorcist spreken en, in sommige gevallen, wellicht ook met de plaatselijke bisschop. Niemand mag dit werk op zich nemen zonder de goedkeuring en steun van degenen die gezag en ervaring hebben.

Hoewel de exorcist het vertrouwen heeft dat hij via zijn bisschop de steun van de Kerk geniet, heeft hij toch een sterk geloof nodig. Dit wordt duidelijk gemaakt in de inleiding van de officiële Exorcisme-ritus. Voor een formeel exorcisme, wanneer iemand daadwerkelijk bezeten is, heeft de exorcist in elk afzonderlijk geval uitdrukkelijke toestemming nodig om op te treden. Bezetenheid komt nog steeds zelden voor, maar kan in de toekomst vaker voorkomen (om een aantal redenen, waaronder het feit dat veel mensen niet langer gedoopt zijn). Exorcisten houden zich echter meestal meer bezig met gevallen waarin bevrijding nodig is. Sommige van deze gevallen kunnen ernstig zijn en soms kan er enige twijfel bestaan of er sprake is van de noodzaak tot bevrijding of de noodzaak tot exorcisme. Het is vaak niet zo eenduidig, en de exorcist of bevrijdingsbedienaar moet de deugd of gave van onderscheidingsvermogen aanwenden.

In dit alles staat het geloof voorop, en dat geloof wordt ons geschonken door Christus en is op Hem gegrondvest. We mogen nooit vergeten dat Christus de ware uitdrijver van demonen is. Ik wil hier nog wat meer over zeggen, zodat het duidelijk is wat we bedoelen als we het hebben over de kracht van Christus.

Allereerst is de kracht waarmee Jezus duivels uitdreef de kracht van de Heilige Geest. Diezelfde Geest wordt ons geschonken, maar ALLEEN via Christus en in Zijn Naam. Het is Christus Zelf die ons Zijn Geest schenkt.

In het Evangelie volgens Johannes lezen we, in verband met de tweede ontmoeting van de Verrezen Christus met de apostelen, het volgende:

“….Na deze woorden blies Hij over hen en zei:

‘Ontvang de heilige Geest. Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.’” (Joh. 20:22)

Aan het einde van het Evangelie volgens Marcus spreekt Jezus tot Zijn apostelen over hen en alle gelovigen:

“En deze tekenen zullen de gelovigen vergezellen: in mijn Naam zullen ze duivels uitdrijven, nieuwe talen spreken, 18slangen opnemen; zelfs als ze dodelijk vergif drinken zal het hun geen kwaad doen; en als ze aan zieken de handen opleggen, zullen deze genezen zijn.” (Marc. 16:17-18)

In het Evangelie volgens Johannes vertelt Jezus Zijn discipelen dat zij dankzij de Heilige Geest grotere werken zullen verrichten dan Hijzelf. De Geest komt alleen dankzij de dood, de verrijzenis en de hemelvaart van Christus, en via de Geest is het Jezus Zelf die handelt in en door Zijn Lichaam, de Kerk.

Is er een bijzondere reden waarom Jezus van Nazareth zo machtig was tegen de kwade geesten? Natuurlijk zullen we zeggen: “Hij is de Zoon van God”. Zo werd Hij ook herkend door het “legioen” duivels dat bezit had genomen van de bezetene uit Gerasa (Lucas 8:26 e.v.). Toen Jezus hen naderde, zeiden ze:

“Wat hebt Gij met mij te maken, Jezus, Zoon van de Allerhoogste God? Ik bid u, kwel mij niet!”

Maar het zal ons helpen om verder te gaan. Jezus werd in Zijn menselijkheid erkend als ‘de Zoon van God’, en het was juist in Zijn menselijkheid dat Hij duivels uitdreef. Het was een menselijke hand die werd opgeheven, een menselijke stem die het bevel gaf. Jezus is zowel God als mens, maar we mogen Zijn menselijkheid niet bagatelliseren alsof het slechts een mantel of een masker was. Als de volmaakt gehoorzame Zoon van God is Jezus ook de ‘Nieuwe Adam’ en, in de woorden van de zalige (inmiddels heilige) paus Johannes Paulus II (en het Tweede Vaticaans Concilie), is het Jezus die ‘de mens aan zichzelf openbaart’. Onze ware menselijkheid is alleen in Hem te vinden. Hij is de Verlosser van de wereld juist omdat Hij de God-mens is. We moeten nadenken over het mysterie van de Menswording om een gepast respect te krijgen voor Zijn macht over het kwaad in deze wereld. Jezus sprak met een ongewoon gezag – daar werd op gewezen:

“Hij geeft bevelen aan kwade geesten en zij gehoorzamen Hem” enz.

Juist omdat Jezus in Zijn menselijkheid het kwaad heeft overwonnen, kunnen wij het kwaad overwinnen. In de Apocalyps van de heilige Johannes, het Boek der Openbaring, wanneer de rebellerende engelen uit de hemel worden geworpen, wanneer zij neerkomen op aarde, en zij ons aanvallen vanaf de aarde en niet alleen vanuit de hel. Zij voeren oorlog tegen de mensheid, en dankzij de twee zondeloze mensen die ter wereld kwamen – Jezus en Zijn Heilige Moeder – kunnen wij de overwinning op het kwaad opeisen. De mensheid heeft gezegevierd door Jezus, de Messias, en Maria staat aan Zijn zijde in Zijn overwinning; en bij Maria zijn al haar zonen en dochters die haar vanaf het Kruis zijn geschonken. Met Jezus en Zijn Moeder staan wij zegevierend tegenover onze vijand – degene die neerdaalde om oorlog te voeren tegen de gehele mensheid. Ons vaandel is het Kruis; de naam van de overwinnaar is Jezus Christus; de aanvoerder van het zegevierende leger is de Moeder van God, die zelf het Grote Teken van Gods overwinning is. We moeten onszelf zien als leden van een onoverwinnelijk leger, hoewel we soms ernstig door de strijd getekend zijn en worstelen in het heetst van de strijd. We vertrouwen niet op onszelf, maar op Christus. Zelfs als we in de strijd sterven, hebben we al gewonnen, want zelfs de dood is overwonnen. Juist vanuit het besef van deze overwinning kunnen we het opnemen tegen kwade geesten en zelfs tegen de duivel zelf, in de wetenschap dat Christus met ons is.

Ik heb onlangs de waarheid hiervan mogen ervaren toen ik samen bad met een bejaarde dame die al bijna 40 jaar door kwade geesten werd gekweld. Ze is een vrouw met een groot geloof, en iemand die in haar leven veel heeft moeten doorstaan. Terwijl we samen baden, kreeg ze de gave van innerlijke visioenen en kon ze me vertellen wat er gebeurde terwijl we probeerden de kwade geesten te verdrijven. Omdat het de maand juli was, die gewijd is aan het Kostbaar Bloed, begon ik met een lang en prachtig gebed ter ere van het Bloed van Christus en bad ik in de naam en ter ere van het Bloed van Jezus. Ik riep ook de hulp in van Maria en de heiligen (waaronder haar patroonheilige). Tegen het einde van de sessie vertelde ze me dat ze het Heilig Hart kon zien, dat de demon uit haar verdreef. Dit was voor mij een aanleiding om in haar oor te zeggen, alsof ik tegen de demon sprak: “Jezus is de exorcist”. Ze vertelde me dat Hij de demon uit haar bleef verdrijven. Hij had al bij een eerdere gelegenheid een kwade geest verdreven. Toen de “staart” van de demon haar verliet, vertelde ze me dat het Heilig Hart naar haar glimlachte. Ze was volledig bevrijd en voelde een enorm gevoel van vrede.

Heiligheid van leven is onze grote bescherming, maar die heiligheid is niet iets wat we uit eigen kracht bereiken. Ware heiligheid komt voort uit het streven om in eenheid met Christus te leven. We moeten met de heilige Paulus zeggen: “Ik leef niet meer, maar Christus Jezus leeft in mij“. Dit soort heiligheid is vaak voldoende om demonen te verdrijven. De heilige Johannes Vianney, de pastoor van Ars, was geen officiële exorcist, maar de demonen konden het niet verdragen in zijn aanwezigheid te zijn wanneer iemand die bezeten was of bevrijding nodig had, hem om hulp vroeg. Deze heiligheid wordt geschonken door de Heilige Geest in de naam van Jezus Christus. We moeten altijd onthouden dat we zonder Jezus niets kunnen doen en daarom is onze belangrijkste prioriteit – of we nu bezig zijn met geestelijke strijd of niet – het zoeken naar eenheid met Christus. Hij heeft ons uitgenodigd om te beginnen met in Zijn gezelschap te leven. Zoals Hij ons voortdurend vraagt: “Wij, ons“? Ja, Heer, waar we ook zijn, welk gevaar we ook tegenkomen, zelfs tegenover de duivel zelf, het is “Wij, ons“. Zoals we in de Cursillo-beweging altijd zeiden: ‘Christus en ik vormen een absolute meerderheid’ en, zoals we weten, om het positieve te benadrukken: er is niets dat ik niet kan doen in Christus Jezus, mijn Heer. Zoals ook de heilige Paulus zei: „Niets kan tussen ons en de liefde van Christus komen… Noch de dood, noch het leven, geen engel (luister goed!), geen vorst (zelfs niet de vorst der duivelen!), niets dat bestaat (niets in de hemel, op aarde of in de onderwereld!), niets dat nog komen zal, geen enkele macht (!), noch hoogte, noch diepte, noch enig geschapen wezen kan ooit tussen ons en de liefde van God komen, die zichtbaar is geworden in Christus Jezus, onze Heer“ (Rom. 8:35) AMEN